Retour afzender
Terwijl zij onwaarschijnlijk mooi ligt te zijn onder de witte lakens van haar ouderlijk bed, ben ik het die behoedzaam met zijn vinger sierlijke letters tekent op haar rug. Dit is ons spel en de regels zijn simpel: ik schrijf, zij raadt en heeft ze het goed, dan zullen we vrijen. Ik zou je perfect willen kussen, noteer ik. Ik hou van je, gokt zij. Warm, denk ik, maar toch reken ik het goed.
Nu haar ouders van huis zijn, bewaken wij hun slaapkamer met ons leven en nemen daar vol plichtsbesef alle echtelijke taken waar. Wij steken kaarsen aan, zoeken cd’s uit en laten niets meer aan het toeval over. Wij lazen boeken, zagen films, weten exact wat ons te doen staat en houden ons aan alle afspraken: wij kruipen, rollen, zweven, onze handen glijden in elkaar, we voelen hen zichzelf omsluiten, knijpen zachtjes, ietsje harder. Langs haar wenkbrauwen nu, weer terug onder haar oog, glijd ik over haar neus, hapt ze terwijl ik haar vochtige lippen voel. Met mijn linker wijsvinger via haar kin rechtsaf langs haar scherpe kaaklijn, naar haar oor. Weer verder over haar hals, langs het randje van haar shirt. Geen detail mag aan mijn aandacht ontsnappen. Van mijn fouten heb ik geleerd.
Dan heeft ze plotseling genoeg van dat poëtische gedoe. Ze duwt me van zich af, klimt bovenop me, zet haar handen op mijn borst, rekt zich uit, ontdoet zich van haar shirt en reikt dan naar het geheimzinnige kartonnen doosje op de plank boven het bed.
Zij droomt met opgetrokken knieën – zij speelt het ene lepeltje, ik het andere – en maakt ondertussen grappige geluiden. Ik lig in bed met een varkentje, een gans, een konijntje, een halve kinderboerderij, maar laat me niet van de wijs brengen. Onverstoord werk ik verder aan mijn brief: ik zou haar perfect willen kussen. Dat is wat ik haar moet zeggen. Dat ik de kneepjes van het vak wil leren, dat ik haar bij me zou willen houden, dat ik voldoende zou willen zijn. Dat ik zou willen dat haar verhalen slechts verzinsels waren.
Ze vertelt graag en veel. Het liefste over jongens en het allerliefste over andere jongens. Ze kent natuurlijk allemaal ontzettend leuke andere jongens, waarmee je zo ontzettend leuk kan lachen. En ze hebben ook allemaal ontzettend leuke kleren en een ontzettend leuke studie en een ontzettend leuke kamer. ‘Maar jij bent de aller ontzettend leukste.’ Ze staat op haar tenen en geeft me een kus. De vloer kraakt en ik heb een stom snorretje, zie ik in de spiegel. Je moet nooit in de spiegel kijken als er een meisje naast je staat.
Ik schrijf verder. Ik ben de jongen waar zij zo nu en dan van houdt, waarmee zij zo nu en dan slaapt, die haar zo nu dan cadeaus mag geven en die dat zo nu en dan helemaal geen probleem vindt. Ik ben de jongen die slechts zo nu en dan bestaat.
De onzichtbare inkt droogt razendsnel op haar warme rug. Het is een prettig idee dat mijn brief gelezen gaat worden. Elke volgende ontzettend leuke jongen zal wanneer hij haar aanraakt het reliëf voelen van mijn letters. Hij zal versteld staan, niet kunnen ophouden met lezen, terwijl zij geniet van zijn tastende handen. Hij zal ademloos ontdekken wie zij was en wat zij deed, wat hem ooit nog te wachten staat. Als mannen onder elkaar vertellen wij elkaar ons verdriet, we doen alsof we er om lachen, mompelen iets over krentenbrood.
Daar eindigt mijn verhaal. Mijn oogleden worden zwaar, de kaarsen raken opgebrand en ik kruip tegen haar aan. Dan bedenk ik dat ik haar nog moet frankeren. Ik lik de gom en plak de zegel in haar rechter bovenhoek. Vervolgens wil ik haar adresseren, maar besef dat de bestemming telkens weer onbekend is. Zij zal fladderen, van de een naar de ander. Als ik geluk heb, dan ben ik de een. Of de ander. Daarom noteer ik slechts één dringende wens: retour afzender.
(104 reacties) Reageer >>

