Een oude fiets
Allemachtig, wat heb ik toch een prachtleven! Het zit namelijk zo: mijn vorige serie columns over mijn zoektocht naar een muze, de ware liefde, het Ewig Weibliche, een Julia, een Isolde, misschien zelfs een Tjitske Jansen, kortom: een vrouw in mijn leven, heeft een overweldigende hoeveelheid reacties losgemaakt. Gewillige meisjes van zeer divers pluimage boden zich kosteloos (!) aan en beloofden mij per e-mail hun eeuwige trouw, zodat ik vervolgens niet slechts de keuze had uit één enkel meisje, maar dat ik mij kon laven aan maar liefst vierentwintig verschillende maîtresses. Dat bracht mij natuurlijk direct op het idee om binnenkort een nieuwe serie columns te schrijven over mijn zoektocht naar een wasdroger, een cd-speler met afstandsbediening of een Nintendo met Duck Hunt. Indien u mij wilt helpen, dan kunt u uw tweedehands apparaten een dezer dagen afleveren op het redactieadres.
Dat het inmiddels zo goed met me gaat, mag gerust een godswonder genoemd worden. Mijn moeder drukt me namelijk al jaren op het hart dat ik gewoon in mezelf moet geloven, maar goedbeschouwd heeft deze zelfde vrouw mij ook ooit voorgespiegeld dat ik in Sinterklaas moest geloven. Na deze vreselijke desillusie was ik logischerwijs heel stellig: zoiets zou ze me geen tweede keer flikken. Uit zelfbescherming zegde ik daarom al op vrij jonge leeftijd al het vertrouwen in mijzelf op. Iemand zoals ik, dat kon nooit iets worden, dacht ik, en ik zette alles op alles om deze stelling te bewijzen. Maar al mijn opzettelijke blunders ten spijt, tegenwoordig gaat het mij enorm voor de wind. En daarmee is wederom bewezen: alles wat ik doe, keert zich automatisch tegen mij.
Het werd kortom weer tijd om het ongeluk een handje te helpen. Ik liet een advertentie zetten: ‘Jongeman zoekt oude fiets om het op te leren. Lekke banden geen bezwaar.’ De telefoniste deed ietwat lacherig, maar zoals verwacht waren de reacties weer eens overweldigend. De ene na de andere weduwe diende zich aan en stuk voor stuk namen ze me mee naar het plaatselijke driesterrenhotel met de intentie om daarmee indruk op mij te maken. Aan de obers vertelde ik dat ik audities afnam voor een reclame voor incontinentieluiers. Een meewarige blik viel mij ten deel toen ik voor de vijftiende keer het hotel binnenstapte.
Aan het tafeltje naast het aquarium zat ze. Zoals afgesproken droeg ze een geranium in haar knoopsgat, zodat ik haar direct kon herkennen. We spraken af om geen namen te noemen, dat zou de magie er vanaf halen. Ik noemde haar Fiets.
Fiets bleek over behoorlijk wat geld en enkele levensbedreigende ziekten te beschikken. Gespreksonderwerpen waren daarentegen schaars en bijgevolg moesten we snel onze kamer opzoeken. Het personeel zou denken dat de auditie een groot succes was en knikte haar vriendelijk toe. ‘Laat maar lopen!’ moedigden ze haar aan.
We namen de lift, want dat was makkelijker met haar rolator. Ze drukte zich dicht tegen me aan en fluisterde in mijn oor dat ze het een geil idee vond om het in een lift te doen. Ik hapte naar adem. Fiets ging voor mij staan en sensueel trok ze haar steunkousen uit. Haar spataderen waren rood van opwinding. Ze gooide haar peignoir op de grond en een vleeskleurige bodystocking werd zichtbaar. ‘Help even,’ vroeg ze hijgend. Ik weigerde. Ze begon flink te sjorren en beetje bij beetje kwam haar lichaam weer in het oorspronkelijke model, kwab na kwab toonde zich wellustig aan de wereld, in dit geval aan de lift en mij. Daarna zakte ze door haar knieën en begon ze gehaast aan mij riem te trekken. Een systeem van na de Tweede Wereldoorlog, geen gespje maar een voor haar onbekend mechanisme met een palletje dat je heen en weer moest schuiven. Dat was mijn redding. Ze zette enorme kracht en toen – een gil – schoot het haar in haar rug. Dat dacht ik althans, maar toen ze bij aankomst op de tiende verdieping nog geen woord had gezegd, bleek dat er iets ernstigers aan de hand was. Met lege ogen keek ze in de verte naar het plafond.
Dit had ik weer. Hoop ik mij in het ongeluk te storten door een fossiel te daten, legt ze voortijdig het loodje. In een lift nota bene.
Ik legde haar netjes onder haar kleren, streek door haar witte krullen en drukte een kus op haar voorhoofd. Uit haar handtas viste ik haar portemonnee en ging naar de receptie om af te rekenen. ‘En zit haar carrière in een lift?’ vroeg men mij geïnteresseerd.
Ik ging naar huis. Als ik het noodlot ooit nog zou tarten, dan voorlopig niet meer op zo’n manier. Ik zet de waterkoker aan en pak een zakje cappuccinopoeder uit de kast. Strooi de inhoud van het zakje in een kopje en schenk er al roerend heet maar geen kokend water over. Ik roer het spul door het kokende water. Tegenwoordig zit mijn verzet in kleine dingen, maar als je alles bij elkaar optelt dan heb ik heel wat roet in het eten gegooid.
(79 reacties) Reageer >>

