Hele wereld dupe, van één geweer
De WTC-ramp kwam dubbel zo hard aan voor de in Groningen woonachtige Afghaanse Sitara Attaie (18). Haar familie woont zowel in Amerika als in Afghanistan. Voor Spunk beschrijft ze het moment van de ramp, de spaarzame contacten met familie en de vrees voor wat komen gaat.
Het was ongeveer zes uur toen ik na een dutje wakker werd van de geluiden op de TV in de woonkamer. ‘Kom gauw kijken’, zei mijn moeder. Verbaasd en met mijn mond open van afschuw keek ik naar de vreselijke beelden die alsmaar werden herhaald. Er schoot van alles door mijn hoofd. Ik moest vooral denken aan de kinderen tussen de slachtoffers in Amerika. Van de gedachte alleen al, hoe bang ze zijn geweest voordat ze om het leven kwamen, kreeg ik koude rillingen. Mijn ogen werden vochtig, een gevoel van angst overmeesterde me, ik keek en bleef maar kijken. ‘Morgen moet je vroeg op en het is al half een geweest’, hoorde ik mijn moeder ineens zeggen. De volgende dag op school, was de lesstof niet meer belangrijk. Bij elke les werd alleen maar één onderwerp behandeld: de ramp in Amerika. Bij maatschappijleer werd naar onze meningen gevraagd over de aanslagen en de reactie van de VS. Zo kwam er een soort discussie op gang. Toen ik zei dat er geen onschuldige doden moesten vallen in Afghanistan, kreeg ik reactie van een leerling. ‘Zo moet het wél, in de VS is toch hetzelfde gebeurd?’ Ik kon mijn oren niet geloven. Mijn wangen gloeiden terwijl mijn stem hoger werd. Maar voordat ik er echt op in kon gaan, werd er door de leraar een punt achter de discussie gezet. Steeds vaker hoorde ik Afghanistan op het nieuws. Steeds vroeg ik me af waarom Bin Laden zich nou per sé in mijn arme geboorteland moest verschuilen. Op CNN zie ik alleen maar ‘War against Terror’. De VS verklaart een oorlog aan de terroristen. Daarbij stelt VS vast dat het geen oorlog tegen Afghanistan is maar tegen de terroristen die zich daar verschuilen. Leren we het dan nooit? Het moet inmiddels toch duidelijk zijn, dat je met het voeren van oorlog niets oplost. Dat de Amerikanen wraak willen nemen, begrijp ik heel goed. Maar ik sta ook versteld. Dat het machtigste land ter wereld bommen wil gaan werpen op één van de armste. Wanneer de VS Afghanistan aanvallen, zonder neutraal onderzoek en een eerlijk proces, dan is dat ook een daad van terrorisme, vind ik. Weer worden onschuldige burgers slachtoffer van terrorisme en politieke spelletjes. Alsof twintig jaar oorlog niet genoeg is geweest voor dat ene al verwoeste en vernielde land. Het zijn dagen waarin Afghanen een hel doormaken, in afwachting van de zoveelste oorlog. Niet dat het erger is dan de rampen in Amerika. Het is allemaal hetzelfde. ‘Na heel vaak achter elkaar door te proberen, heb ik haar vijf minuten kunnen spreken. Ze zei dat het onmogelijk is om nu nog met de hele familie te vluchten’, beantwoordt mijn moeder de vraag van mijn opa die vanuit Los Angeles belt. Hij wilde weten hoe het met mijn tante en haar familie in de Afghaanse hoofstad Kabul gaat. Huilend zegt mijn moeder dat ze van geluk mag spreken dat ze de stem van haar zus nog heeft kunnen horen. Misschien wel voor de laatste keer. Op de tv zie ik het, op de radio hoor ik het en in de kranten lees ik het. Allochtonen schuldig, moslims zijn slecht, alle rampen worden veroorzaakt door islamieten met hun achterlijke cultuur. De haat die altijd al heeft bestaan, komt opeens duidelijk naar voren. Moslims en moslimorganisaties worden bedreigd, muren van moskeën beklad met leuzen, hoofddoeken van meisjes weggerukt, en ga zo maar door. Geen enkele moslim voelt zich nog veilig. Ik en mijn familie ook niet. De angst is er gewoon. Als iemand niet al te aardig kijkt, denk ik dat het komt omdat ik een Afghaan ben. Dat voel ik gewoon en meestal liegen mijn gevoelens niet. Het onderscheid tussen moslims, allochtonen en Nederlanders wordt steeds groter. Waarom eigenlijk? Géén enkel geloof keurt ‘terrorisme’ goed. Ook het mijne niet. Sommigen zijn verbaasd wanneer ik zeg dat ik zulke dingen afkeur. Dat ik geen voorstander ben van de Taliban, van Bin Laden of van de VS. Ik ben voorstander van vrede. Een vredige wereld waar kinderen zich zorgen moeten maken over hun rekenhuiswerk in plaats van het tellen van het aantal uren dat ze nog te leven hebben.
(28 reacties) Reageer >>

