Lust: Platonisch
Mijn beste vriend en ik leerden elkaar kennen op de basisschool. Ik was veel te lang en slungelig en droeg uitgerekte zelfgebreide truien van mijn oma. Ik was stil en had maar één vriendinnetje. Dat meisje zong bij Kinderen voor Kinderen, werd algemeen als mooiste van de klas beschouwd en was heel populair. Het was dan ook niet zo goed voor haar imago om haar Olily-spijkerjasje naast mijn roze konijnentrui te plaatsen. In moedige buien ging ze naast me zitten, maar veel vaker trok ze haar smalle neusje op voor mijn drie koppen-grotere gestalte en zetelde ze zich zelfbewust naast anderen.
De jongen die mijn Beste Vriend zou worden was een loser met puspuisten, al waren zijn sappige voorlezingen van de rubriek Mijn Verhaal uit de Hitkrant een groot succes. Op een gegeven moment werd er voor een bonte avond met de klas een liedje van Grease ingestudeerd. Tot grote hilariteit van de groep werden die jongen en ik met schrap gezette voeten, grote verborgen tegenzin en nauwelijks hoorbaar protest naar voren geschoven als Olivia en John. Sinds we samen op zijn kamer een dansje moesten instuderen, hebben we elkaar gevonden. Naast bepuist was hij creatief, intelligent, origineel en grappig. Op prepuberale leeftijd al het opgeluchte gevoel van een vriend vinden: eindelijk iemand die het ook snapt.
Na een voorzichtig begin van dansjes instuderen, Civilization spelen en overblijven met bammetjes bij elkaar op de bank, werden we steeds betere vrienden. Hoe ouder hoe beter. We waren samen, een duo, een team. Hij was mijn mannelijke equivalent, ik zijn vrouwelijke. We vulden elkaars zinnen aan waar iedereen stil viel, lachten als niemand anders het grappig vond, begrepen waar geen mens het meer snapte. En dat is niet veranderd. We zijn nog steeds iets waar men van die verschrikkelijke woorden voor heeft uitgevonden. Maatjes. Levenskameraden. Soulmates. We kunnen ons alleen maar in zulke clichés omschrijven dat het pijn doet.
Mensen schreeuwden altijd dat we het perfecte stel zouden zijn. En dat waren we ook. Maar we zijn nooit verliefd op elkaar geworden. Nog nooit hebben we iets gevoeld als de ander zich uitkleedde om van kleren te wisselen. Nog nooit hebben we elkaar aangekeken op een romantisch moment in de film. Nog nooit hebben we elkaar aangeraakt en er iets meer bij gedacht. We hebben wel eens met elkaar gekust. Dronken, als grap, "om te kijken hoe het voelt". Het voelde raar. Een beetje alsof je iets kust wat niet gekust hoort te worden, zoals een biefstuk. Of misschien wel een beetje alsof je familie kust, die ook niet gekust hoort te worden. We willen het niet weten van elkaar. Ik wil hem zien als iemand waar ik clips mee bespreek, niet als iemand die zachtjes loeiende geluiden maakt als hij klaarkomt.
We zijn nooit een stel geworden. Het is altijd platonisch gebleven. Maar soms willen we allebei stiekem dat het anders was. Want een platonische relatie kent geen regels. De regels die een normale relatie wel kent. Grote regels, zoals gij zult geen ander neuken. Maar ook kleine, onderhuidse regels, zoals gij zult niet naar een feestje gaan en mij niet meevragen. Ik kan op geen enkele bestaande, ongeschreven regel terug vallen. Terwijl er ook in een platonische relatie dingen zijn die je wel en niet wilt, die je eigenlijk wilt verbieden en die je heel erg graag wilt aanmoedigen. Als hij iemand mag meenemen naar een tropisch eiland, wil ik dat hij mij meeneemt. Maar ik kan op geen enkele streep staan, met geen enkele wet wuiven.
Ik haat al zijn vriendinnetjes, die dan na maanden toch opeens gewoon mensen blijken te zijn en ook nog best aardig. Waar hij dan van die belachelijke dingen mee doet, zoals mee bellen en afspreken. En hij is laatst gaan samenwonen met een meisje. Een ander meisje. Niet zijn vriendin. Gewoon een ander meisje. Ik kon wel huilen van jaloezie. Maar ik kan er niks tegen doen.
Als we een echte relatie hadden, dan was het anders geweest. Dan had ik boos kunnen worden, dingen kunnen eisen. Dan was er een bevestiging voor ons samen zijn, een duidelijk statement naar de wereld: wij zijn samen. Iedereen snapt het dan, niemand komt er meer tussen.
Maar dan was alles anders geweest. Dan hadden we boos op elkaar kunnen worden, om kleine dingen zoals hoe ik kijk naar de bakker, hoe hij kookt, hoe ik mijn sokken niet opruim en hoe hij geilt op Sylvie Meis. Dan waren we elkaar echt gaan beoordelen, waren we niet altijd samen tegen de wereld maar samen tegen elkaar. Dan was hij gek geworden van mijn gezeur en ik van zijn hardheid. Dan kunnen we uit elkaar gaan. Het uitmaken. Elkaar nooit meer zien. En dan hebben we ons laatste redmiddel niet meer. Onze laatste illusie, die van "later, als wij eindelijk bij elkaar komen". Dat kunnen we niet verspelen. Dat mogen we niet gebruiken en misschien al verbruiken. De belofte voor later, die we eigenlijk niet willen verzilveren en expres zo vaag houden.
(125 reacties) Reageer >>

